Ik weet nog goed dat wij elkaar ontmoetten. Het was laat op de avond en na een vermoeiende dag besloot ik wat uit te rusten. Toen zag ik jou voor het eerst. In het begin observeerde ik jou alleen, maar al snel nam jij mij in vervoering en jij liet mij niet meer los. De volgende dag zou jij er weer zijn, dus ik kwam terug. Jij was er ook, zoals beloofd. Opnieuw stelde jij mij niet teleur en gaf je mij wat ik nodig had.
Het is inmiddels al vijf jaar geleden, maar vaak krijg ik vlak voor ik jou zie nog kriebels in mijn buik. Soms kom ik ‘s ochtends mijn bed uit en verlang ik alweer naar de avond, want ik weet dat ik jou dan weer kan zien. Kon ik maar doorslapen en jou meteen weer ontmoeten. Konden wij maar eeuwig samen zijn.
Maar hoe graag ik het ook wil, het zal nooit kunnen. Altijd zou ik jou los moeten laten en zal ik terug moeten keren naar mijn eigen wereld. Een wereld zonder jou.
Dan verlang ik weer naar de volgende dag en hoop ik dat jij weer in vorm bent en mij elke hoek laat zien of mij vervult met spanning. Maar hoe lang ik jou ook ken, echt voorspellen kan ik jou nog steeds niet. Af en toe ben jij chagrijnig en zeg je weinig. Soms zit jou dan wat dwars, dan heb jij jouw dag niet. Jij bent elke dag anders en dat vind ik het mooiste aan jou.
Nooit meer zal een ander mijn favoriet zijn…








Wat een ontroering!
Wat een ontroering!